Follies

     Mijn ontwerp voor een follie   materiaal: perspex  

Wat is een Follie – Wikipedia

Een folly (Engels voor dwaasheid) is een bouwwerk dat met opzet nutteloos of bizar is. Een folly is een niet-conventioneel gebouw, ongeschikt voor huisvesting of andere functies en geen een ander doel dienend dan decoratie. In Nederland wordt soms de term vermaaksarchitectuur gehanteerd.

Veel folly’s zouden wellicht als kunst kunnen worden beschouwd als ze in opdracht door een erkend kunstenaar zouden zijn gebouwd.

Folly’s werden in het verleden veel gebruikt voor toevoegingen aan landgoederen. Met name eind 18e tot begin 19e eeuw was het in de mode om op een landgoed enige romantische elementen te laten bouwen. Populair waren bijvoorbeeld geconstrueerde ruïnes en grotten, namaakkapellen en zogenaamde verblijfplaatsen voor kluizenaars. Deze bouwwerken konden door daarin gespecialiseerde aannemers zelf kant-en-klaar geleverd worden. Rotspartijen werden hierbij nagebootst met kippengaas en beton. Watervallen werden ook vaak aangelegd, waartoe bestaande waterlopen verlegd werden, al dan niet met behulp van natuurlijke materialen.

Voorbeelden van dergelijke waterpartijen zijn te vinden in het Arnhemse Park Sonsbeek en in het park van Kasteel Rosendael.

Een meer democratische of volkse vorm van een folly komt voort uit een combinatie van fantasie en metselvaardigheden van een particulier. Voorbeeld bij uitstek hiervan is het Franse Palais Idéal van de postbode Ferdinand Cheval. Zoiets is niet aan tijd, mode of plaats gebonden.

Een folly (Engels voor dwaasheid) is een bouwwerk dat met opzet nutteloos of bizar is. Een folly is een niet-conventioneel gebouw, ongeschikt voor huisvesting of andere functies en geen een ander doel dienend dan decoratie. In Nederland wordt soms de term vermaaksarchitectuur gehanteerd.

Veel folly’s zouden wellicht als kunst kunnen worden beschouwd als ze in opdracht door een erkend kunstenaar zouden zijn gebouwd.

Folly’s werden in het verleden veel gebruikt voor toevoegingen aan landgoederen. Met name eind 18e tot begin 19e eeuw was het in de mode om op een landgoed enige romantische elementen te laten bouwen. Populair waren bijvoorbeeld geconstrueerde ruïnes en grotten, namaakkapellen en zogenaamde verblijfplaatsen voor kluizenaars. Deze bouwwerken konden door daarin gespecialiseerde aannemers zelf kant-en-klaar geleverd worden. Rotspartijen werden hierbij nagebootst met kippengaas en beton. Watervallen werden ook vaak aangelegd, waartoe bestaande waterlopen verlegd werden, al dan niet met behulp van natuurlijke materialen.

Voorbeelden van dergelijke waterpartijen zijn te vinden in het Arnhemse Park Sonsbeek en in het park van Kasteel Rosendael.

Een meer democratische of volkse vorm van een folly komt voort uit een combinatie van fantasie en metselvaardigheden van een particulier. Voorbeeld bij uitstek hiervan is het Franse Palais Idéal van de postbode Ferdinand Cheval. Zoiets is niet aan tijd, mode of plaats gebonden.

Videobusstop Emmaplein, Rem Koolhaas

  • Door: Natalja Oosterbaan
  • In: Straatmagazine De Riepe
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen, april 2007

Wie op het Emmaplein in Groningen op de bus moet wachten, kan het genoegen hebben in een creatie van de befaamde vaderlandse architect Rem Koolhaas te staan. De bushalte is opgebouwd uit een massieve marmeren muur, een verchroomd stalen buis waaraan een stalen gordijn is bevestigd en een glazen dak. Aan de binnenkant van de muur is ‘videobusstop’ geschreven en op de buitenkant de woorden ‘humour, sentiment, politics, hi-tech, dance, erotics, exuberance, glamour, specials’.

Urinoir
Op de Kleine der A staat het kunstzinnig urinoir van Rem Koolhaas met foto’s van Erwin Olaf. Dit uit melkglas opgetrokken openbare toilet is ontworpen ter gelegenheid van ‘A Star is Born’ een culturele manifestatie 1996.

Groninger Museum een  beetje een grote follie

Alessandro Mendini

Hoofdarchitect

Hoofdarchitect van het Groninger Museum Alessandro Mendini werd geboren in 1931 en is een veelzijdig man. Hij studeerde architectuur aan de Technische Hogeschool in Milaan en naast architect is hij ook designer, kunstenaar theoreticus en dichter. Na zijn studie werd Mendini hoofdredacteur van enkele vaktijdschriften, daarin gaf hij zijn ideeën over kunst en architectuur weer. In 1977 werd Mendini lid van Alchimia; Een avant-gardistische ontwerpersgroep. Het Groninger Museum zocht naar een architect voor een nieuw gebouw, na een grote schenking in 1994. Een tentoonstelling van Mendini’s werk werd in 1988 gepresenteerd. Daarin kwam zijn veelzijdigheid goed naar voren en het publiek werd overtuigd van Mendini’s kunnen. Mendini werd hoofdarchitect van het nieuwe museumgebouw. Decoratief hart Mendini zag het ontwerpen van het nieuwe gebouw als een chirugische operatie. Daarbij zou het museumgebouw het nieuwe hart van Groningen worden. Een nieuw decoratief kunsthart, dat afwijkt van de omgeving, dat later als de motor van de stad zou worden. In 2010 is het museumgebouw gerevitaliseerd. Ook daarbij was Mendini betrokken. Om het gebouw beter tot zijn recht te laten komen zijn, nieuwe accenten door onder andere Mendini zelf toegevoegd. Oude accenten zijn zó gerevitaliseerd dat het museum nog lange tijd zal zijn zoals de architecten in 1994 voor ogen hadden.

Het ontwerp Het basisontwerp van Mendini bestaat uit drie eenvoudige bouwvolumes die in de lengte van het Verbindingskanaal los in het water liggen. leder bouwvolume bestaat uit meerdere delen, paviljoens, die op of naast elkaar geplaatst zijn. Elk paviljoen heeft zijn eigen functie en daarmee zijn een eigen vorm, kleur en materiaal. Deze verschillende bouwvolumes worden verbonden door gangen. Deze gangen dienen tevens als bruggen. Een hemelsblauwe ophaalbrug voor fietsers en voetgangers doorsnijdt het complex. De brug  verbindt niet alleen de twee oevers, maar is tevens onderdeel van een rechtstreekse verbinding tussen het station en het centrum. Daardoor is het museumgebouw een toegangspoort naar de binnenstad geworden.

Gast architect (bovenste deel)

Gastarchitect Philippe Starck (Frankrijk, 1949) behoort sinds jaar en dag tot de internationale designersscene. Zijn ontwerpen zijn wereldberoemd. Daarnaast is Starck actief als architect. In de loop der jaren heeft Starck aan meer dan 40 projecten over de hele wereld meegewerkt. Pottenbakkerswiel Philippe Starck ontwierp een paviljoen voor Kunstnijverheid vol met symbolische verwijzingen. Hij ontwierp zowel de buiten- als de binnenkant. De ronde vorm van de ruimte is een schaal op een pottenbakkerswiel. De scheuren in de vloeren en wanden zijn uitvergroot craquelé van aardewerk. De kleur grijs verwijst naar klei. Starck ontwierp alle details. Voor de praktische uitvoering werd hij ondersteund door de Groninger ontwerper Albert Geertjes. Het interieur van het Starckpavaljoen heeft langs de ronde wand, een doorlopende wandvitrine. Deze vitrine is niet overal even diep. Dit verwijst naar de schommelende beweging van een schaal op een pottenbakkerswiel.
Witte vitrages De ronde ruimte wordt op een labyrintachtige wijze onderverdeeld door doorzichtige witte vitrages. Aanvankelijk bedacht Starck gordijnen in de kleuren lila, oranje en rood. Zo ontstaat het idee en de sfeer van een ontdekkingsreis in een sprookjesachtige wereld. Het geheel is niet in één keer te overzien. Door de transparantie worden tipjes van de sluier opgelicht.

Italiaanse ontwerper (bakstenen deel)

Gastarchitect Michele de Lucchi (1951) behoort tot de jonge groep Italiaanse ontwerpers met een internationale reputatie. Hij was een stuwende kracht achter ‘Gruppo Cavart’. Ook was hij één van de grondleggers ‘Memphis’ – de groep ontwerpers die de designscene wereldwijd erg beïnvloedden in de jaren ’80. In 1988 stichtte Lucchi De De Lucchi Studio.  Michele de Lucchi ontwierp het paviljoen dat huis zou bieden aan de collectie Archeologie en Geschiedenis van Groningen. Het was als een vesting van baksteen. Het bouwwerk verwees als geheel naar de geschiedenis van de stad. Nieuw ontwerp Na een overstroming in 1998 werd Lucchi opnieuw betrokken bij de realisatie van een nieuw ontwerp. Besloten werd om in het vervolg de ruimte te gebruiken voor beeldende kunst van de Groningse Ploeg en het verwante Noord-Europees expressionisme. Lucchi ontwierp hiervoor een ruimte waarbij een middenzaal centraal omringt wordt door drie aaneengesloten zalen. De inrichting van het nieuwe Ploegpaviljoen werd mogelijk gemaakt door de Stichting Beringer Hazewinkel. De kleuren van de ruimtes worden vaak per tentoonstelling aangepast.

Info centrum

De interesse  van de Spaanse kunstenaar-ontwerper Jaime Hayon gaat uit naar het vinden van nieuwe uitdagingen en nieuwe perspectieven. Met zijn visie vervaagt Hayon de grenzen tussen kunst, decoratie en design.    Jaime is gevestigd in London en heeft kantoren in Barcelona en Treviso (Italië). Over de hele wereld verscheen zijn werk in de meest prestigieuze kunst- en designpublicaties. Ook won hij talrijke prijzen, waaronder ‘Best Installation’ (Icon Magazine), ‘Breakthrough Creator’ (Wallpaper Magazine) en de Elle Deco International Award 2006. In 2008 was Jaime eregast op de Belgische Interieur Biënnale. Zijn bewondering voor handvaardigheid en zijn creativiteit maken dat Hayon de grenzen van verschillende media en functies kan verleggen. Hayon ontwerpt dan ook voor veel verschillende opdrachtgevers. Voor het Groninger Museum ontwierp Hayon de inrichting van het moderne Info Center.

 

Coop Himmelb(l)au

Coop Himmelb(l)au Paviljoen

  • Het paviljoen van Coop Himmelb(l)au is als een uitvergrote sculptuur op de sokkel van de Mendini paviljoens. Het steekt er aan diverse kanten over uit. Dit paviljoen wijkt erg af van de architectuur van Mendini, De Lucchi en Starck. Alles is schots en scheef en ontregelend. Op onverwachte plekken valt daglicht naar binnen of staat de bezoeker opeens (overdekt) buiten. Het paviljoen heeft de kleuren van de materialen: grijs (beton), rood (staal) en zwart (teer). Materialen voorop De architectuur van Coop Himmelb(l)au wordt gerekend tot het deconstructivisme. Deconstructivisten verzetten zich tegen de constructivisten. Bij constructivisten staat de functionaliteit en toepassing van materialen voorop. Deconstructivisten maken juist alle onderdelen en materialen los van de klassieke samenhang. Zo kan een raam in een vloer zitten. Voor Bureau Coop Himmelb(l)au werd gekozen omdat er vertrouwen was in hun snelle werkwijze. De architecten, Wolf Prix en Helmut Swiczinsky, begonnen met het maken van zogenaamde automatische schetsen, met hun ogen dicht. Dit is een werkwijze die door de Surrealisten in de beeldende kunst is geïntroduceerd.

Tschumi

Glazen paviljoen   –    info centrum